dolgelukkig

huisje boompje beestje

Ik ben burgerlijk!

Ik ben gelukkig getrouwd, heb twee fantastische kinderen, een leuke baan, woon in een heerlijk huis in een kindvriendelijke wijk. Een huis met een voortuintje en achtertuintje. We gaan op vakantie wanneer bijna heel Nederland weggaat, aangezien manlief aan de bouwvakvakantie vast zit en we sinds kort ook rekening houden met de school van Lars. En ja, je raadt het misschien al. We vinden het heerlijk om de vakanties door te brengen op een vakantiepark dat de term ‘kindvriendelijk’ draagt. Huisje, boompje, beestje dus. Met bovenstaande omschrijving krijg ik volgens mij als snel de sticker burgerlijk opgeplakt.

(meer…)

En alle irritatie van de ochtend is verdwenen

DSC_2950Na een nacht met weinig slaap, schrik ik om 6.20 uur wakker van de wekker. Als een zombie begeef ik mij naar de badkamer. Terwijl ik de waterstralen over mijn heen laat komen, draaien mijn gedachten op volle toeren: wat trek ik aan? De kleine meid kan dat wel aan trekken, of toch maar niet dan moet ik strijken, vergeet niet haar slaapzak mee te nemen, hadden we nog billendoekje in de luiertas? Ook de agenda op het werk passeert de revue.

Nadat ik zelf helemaal klaar ben, is het tijd om zoonlief wakker te maken. Hij komt niet zijn bed uit voordat hij een heerlijke knuffel krijgt. Uiteraard kan dat geregeld worden. Heerlijk twee van die handen om je heen en een slaperig stemmetje dat zegt: ‘mama ik vind jou lief’. Meneertje keurt zijn outfit goed en wilt zich zelf aankleden, want zo zegt hij: ‘ik ben al een grote jongen’.

Na toch wat hulp van mijn kant is het tijd om dochterlief wakker te maken. Die is ergens ver wegl in droomland. Vertederd kijk ik naar haar. Kontje omhoog, haar knuffel stevig vast, speen in de mond. Haar uurtje vermaak van die nacht is haar vergeven. Wakker worden heeft ze allerminst zin. Ze is stront chagrijnig en haar aankleden is een worsteling. Ongelofelijk wat er een kracht in zo’n lijfje omgaat. Lichtelijk geïrriteerd gaan we naar beneden om een boterham te eten. ‘Nee, ik wil geen melk, kijk eens mama wat een mooie auto, mama ik wil pasta, of doe toch maar smeerkaas, waar is mijn aap?’ En ondertussen tikt de klok verder en mijn doel om eens een keer vroeg op het werk te zijn is al niet meer haalbaar.
Als klap op de vuurpijl moet zoonlief plassen, maar in plaatst van ín de wc-pot te plassen, belandt alles er naast. En dus staat mama een paar minuten later de wc schoon te maken en de vloer te dweilen.

Mijn irritatie is inmiddels na een hoger niveau gestegen. Maar eenmaal in de auto is dat al snel als sneeuw voor de zon verdwenen. Er moet namelijk muziek aan in de auto. De klanken van ‘ze kunnen zeggen wat ze willen van de olifant’ vullen de auto en zoonlief begint volop mee te schreeuwen. De ogen van dochterlief worden groot, er verschijnt een lach op haar gezicht en ze begint te zwaaien met haar armen. En ik, ik zing uit volle borst mee. Dolgelukkig kijk ik in de autospiegel naar mijn twee aapies. En alle irritatie van die ochtend is vergeten…..